ANALYSE van
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

( oertekst | bron | analyse | onderzoek & akties )
(Dit artikel is ook verkrijgbaar als Word-file: klik hier )


Over de
UNIVERSELE VERKLARING
VAN DE
RECHTEN VAN DE MENS
1948 - 2003

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft op 10 december 1948 de Universele verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen als

"het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven

  1. door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en
  2. door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen,
    1. zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf,
    2. als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan: "

Thans, 55 jaar later, in 2003, het derde jaar van het VN-decennium 2001-2010 voor een cultuur van vrede en geweldloosheid, lijkt het noodzakelijk grondig te onderzoeken in hoeverre deze verklaring inderdaad ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap "voortdurend voor ogen staat", en in hoeverre deze verklaring inderdaad volledig in onderwijs en rechtspraktijk is geintegreerd.

Het resultaat van dit onderzoek lijkt op voorhand al iets bedroevends op te leveren: lang niet alle onderdelen zijn geimplementeerd, en van dagelijks gebruik in de rechtspraktijk is in ieder geval zelfs in Nederland geen sprake.

Toch lijkt deze verklaring, juist door zijn universeel karakter dat elke nationaliteit en religie overstijgt, bij uitstek geschikt te zijn om boven de nationale en religieuze cultuur uit te stijgen. Dit is vooral van belang bij problemen in een multiculturele samenleving waarin duidelijk sprake is van hufterschap en loederschap terwijl de universele verklaring in artikel 1 de universele norm stelt van broederschap. Hieronder moet uiteraard ook zusterschap begrepen worden, maar zeer zeker niet de tegenstelling hiervan: "hufterschap".

Met dit gebruik van de Universele Verklaring voor ogen bij de opbouw van een cultuur van vrede en geweldloosheid in het kader van het VN-Vredesdecennium 2001-2010 "voor de kinderen van de wereld" is de volledige tekst opnieuw gelayout, maar nu met de uitdrukkelijke bedoeling de inhoud zo goed mogelijk te laten spreken en hierdoor de leemtes in de implementatie van deze Universele Verklaring in het oog te laten vallen.

Algemeen bekend is, dat de universele Verklaring vooral iets zegt over de onderlinge betrekkingen van mensen en hun relatie met hun nationale overheden.

Sinds 1948 zijn er echter nieuwe kategorieen mensenrechten ontdekt zoals het milieu en de collectieve rechten. Deze hebben een mooie formulering gevonden in het Handvest van de Aarde en de Declaration for All Life on Earth. Geen van deze laatste twee verklaringen zijn echter al aanvaard door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Daar het de bedoeling is in het kader van het VN-Vredesdecennium 2001-2010 te komen tot een nieuw wereldverdrag, is een vormgeving die snel zicht geeft op de inhoud van de Universele verklaring van belang - dan worden de leemtes snel duidelijk en kunnen we met grote precisie toewerken naar een nieuw wereldverdrag dat zoveel mogelijk voortbouwt op het reeds bereikte.

Leonard Kater, 13 october 2003.

UNIVERSELE VERKLARING
VAN DE
RECHTEN VAN DE MENS

Preambule: Zeven overwegingen en een daad.

  1. Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;
  2. Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;
  3. Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking;
  4. Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;
  5. Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;
  6. Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;
  7. Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als

het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties
te bereiken ideaal,

opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven

  1. door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en
  2. door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen,
    1. zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf,
    2. als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

De 30 Artikelen van de Universele Verklaring

Kommentaar

Om greep op de 30 artikelen te krijgen, is het handig ze enigszins te herordenen en van titels te voorzien.. De klassieke indeling in vrijheidsrechten (de overheid moet iets nalaten) en sociale rechten ( de overheid moet iets doen) voldoet thans niet meer, hoezeer die indeling ook van historisch belang is geweest om de beide internationale mensenrechtverdragen tot stand te brengen. De indeling in 5 hoofddimensies is handiger - hij laat meteen de witte plekken zien die nader uitgewerkt moeten worden.

De 5 hoofddimensies:
Artikel 1, 2, 28, 29 en 30

Artikel 1: mensbeeld

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Ad artikel 1:

Dit is het allerbelangrijkste artikel van deze Universele Verklaring. Wie dit artikel goed begrijpt en toepast, heeft de overige artikelen niet meer nodig. Hierin staan namelijk de 4 centrale dimensies van het menszijn beschreven. De onderlinge gelijkwaardigheid, de redelijkheid, de broederschap en het geweten - opgevat in de zin van Abraham Kuyper als "de plaats waar de mens tegenover God staat." Gewetensvol te werk gaan betekent dus waarnemen en handelen vanuit de diepste kern van iemands wezen.

Artikel 2: universaliteit en non-discriminatie

Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Bij artikel 2:

Dit artikel is geheel en al te zien als een nadere, maar onvolledige uitwerking van artikel 1. De artikelen 3 t/m 27 zijn op hun beurt weer een nadere, maar uiteraard onvolledige uitwerking van artikel 2.

Artikel 28: wereldrechtsorde

Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Bij artikel 28:

Dit artikel verdient nadere uitwerking - maar dat kon in 1948 nog niet. Thans echter, in 2002, lijkt de tijd overrijp om in het kader van het VN-vredesdecen-nium 2001-2010 te werken aan een nieuw wereldverdrag zodat we die wereldrechtsorde als bedoeld in dit artikel, in 2010 kunnen realiseren.

Artikel 29: plichten en rechtmatige beperkingen op rechten en vrijheden

Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.

In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.

Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Bij artikel 29:

Dit artikel zegt dat er ook plichten zijn. Hier past een even grote uitwijding als bij artikel 2 - maar die is wijselijk weggelaten. Overigens zijn de "rechtmatige beperkingen" beter op hun plaats in artikel 2.

Artikel 30: uitleg en toepassing

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verkaring genoemd, ten doel hebben.

Bij artikel 30:

Dit artikel zegt met zoveel woorden, dat de Universele Verklaring in de rechtspraktijk werkelijk gebruikt moet worden - op zijn minst als minimum interpretatie van begrippen als bestuurlijke wanprestatie en het leerstuk van de onrechtmatige daad.

Alleen dan is immers een verbod op misbruik zinvol. Overigens moet "ten doel hebben" m.i. gelezen worden als "ten doel of als resultaat hebben". Schending van mensenrechten is vaak een onbewuste aangelegenheid, en dat geval wordt thans niet gedekt.

Ook moet bedacht worden, dat de tegenstelling van "broederschap", namelijk "hufterschap" het beste opgevat kan worden als een puberale doorgangsfase waarin een aantal volwassenen helaas zijn blijven steken. Dit "blijven steken" kan vele oorzaken hebben, maar zullen toch vooral te maken hebben met tekortkomingen in opvoeding en onderwijs en dus vatbaar voor sociaal cultureel maatschappelijke beinvloeding.

Artikel 3 t/m 27 - een nadere uitwerking van artikel 2

Artikel 3

Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
  2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
  2. Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22

Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  2. Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  3. Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
  4. Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
  2. Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiŽle belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

 

 

Bron Nederlandse Versie:
United Nations Department of Public Information
te vinden op:: http://www.unhchr.ch/udhr/lang/dut.htm

Het is ook mogelijk, de Universele Verklaring in alle talen van de wereld te downloaden en zelfs te spiegelen op je eigen website: zie http://www.unhchr.ch/udhr/index.htm

Conditions of Use for mirroring

The following conditions must be adhered to by all people mirroring the Universal Declaration of Human Rights Site.

  1. Users should acknowledge the source of this site by making a link to http://www.unhchr.ch/udhr/index.htm
  2. Modifications of any kind to this web site are forbidden.   Notifications of suggested changes to this web site must be sent to webadmin.hchr@unog.ch, these will be acted upon accordingly.
  3. A valid contact address must be given to facilitate updates of the site.

By clicking the accept button you agree to these terms. (button removed here)

 

( gecreeerd op 28 februari 2002, bijgewerkt op 14 Oct 2003 )