
In de zomer van 1965 ondergaat Nederland een ingrijpende operatie. Binnen zes maanden gaat er 1200 kilometer buis de grond in, dwars door bossen heen en onder wegen en kanalen door. Nergens is er vertraging van enige betekenis, er bestaan nog geen actiegroepen voor leefmilieu of korenwolf. Amerikaanse en Franse ploegen met specialisten zijn ingevlogen om het land in hoog tempo aan het aardgas te leggen.
Al direct na de vondst van de Slochterenbel komt oliemaatschappij Esso (die samen met Shell in de NAM het aardgasveld exploiteert) met een plan om de Nederlandse markt klaar te stomen voor aardgas. Industrie en vooral huishoudens worden door middel van reclamecampagnes bestookt om hen te doordringen van de voordelen van aardgas. Volgens Esso zijn de benodigde investeringen binnen korte tijd terug te verdienen. Met lage verkoopprijzen en redelijke inkoopprijzen wel te verstaan. De overheid ziet hier wel iets in. Met de suggestie om snel over te gaan op aardgas kunnen de kosten voor de aanleg van het leidingennetwerk snel worden terugverdiend. Saillant detail is dat men het aardgas zo snel mogelijk uit de grond wilde halen omdat gedacht werd dat de nog schonere kernenergie binnen afzienbare tijd het aardgas van de energiemarkt zou stoten.
Voor energieverslindende industrieën is het aardgas een zegen, want tegen redelijke inkoopprijzen wordt hun concurrentiepositie sterker. Het is een van de redenen dat bijvoorbeeld de glastuinbouw in ons land tot ongekende bloei kan komen. Voor de Nederlandse burger is het vooral ‘effe wennen’ in het begin. De gasfornuizen en andere huishoudelijke apparaten die op gas werken, moeten worden omgebouwd of vervangen. Aardgas heeft een andere verbrandingswaarde dan het oude vertrouwde stadsgas dat uit cokes wordt gestookt.
Voorafgaand aan de echte ombouw gaan enquêteurs de huizen af om na te gaan welke apparatuur de mensen in huis hebben. Ze maken de mensen tevens attent op de mogelijkheid om oude toestellen in te ruilen voor nieuwe. Om dat doel te bereiken worden hoge inruilpremies voor oude toestellen betaald. In totaal wordt er in nog geen vijf jaar tijd 1,7 miljoen oude gastoestellen vervangen door nieuwe, 1 miljoen aansluitingen worden omgebouwd. De totale kosten van deze mega-operatie bedragen 650 miljoen gulden.
geschiedenis.vpro.nl![]() Bredere Randstadwegen | ![]() Provincieweg |
|
|
DEN HAAG (ANP) - Als het aan verkeersminister Camiel
Eurlings ligt, gaat de maximumsnelheid op een aantal belangrijke provinciale
wegen op termijn naar 100 kilometer per uur.
Dat blijkt uit een notitie die
Eurlings en staatssecretaris Tineke Huizinga voorbereiden. Eind volgende week
buigt het kabinet zich in principe over deze MobiliteitsAanpak.
De ondertitel
van het stuk luidt: Naar een robuust mobiliteitssysteem van Olympische
kwaliteit, schrijft het OV-Magazine. Eurlings kijkt namelijk ver vooruit, tot
2028 wanneer de Olympische Spelen mogelijk in Nederland plaatsvinden. Het
ministerie weigert elk commentaar.
Vier
rijstroken
Eurlings wil, gezien het
groeiende verkeer, dat de belangrijkste snelwegen in de Randstad twee keer vier
rijstroken krijgen. Op sommige corridors zal de capaciteit in 2028 nog groter
zijn: twee keer vijf rijstroken op de A2 tussen Amsterdam en Utrecht.
De N3
(Papendrecht-Dordrecht), N18 (Varsseveld-Enschede), N35 (Zwolle-Almelo), N44
(Den Haag-Wassenaar) en N65 (Den Bosch-Tilburg) wil de minister 'opwaarderen'
voor een maximumsnelheid van 100 kilometer.
Semisnelwegen
Daarmee worden dat volgens
verkeersdeskundigen semisnelwegen. In een uitgelekt concept van de
Mobiliteitsaanpak staat wel dat deze N-wegen 'een bijbehorend veiligheidsniveau'
krijgen. Bekend is dat de meeste verkeersslachtoffers op provinciale wegen
vallen.
Hoeveel extra investeringen de plannen gaan kosten, staat nog niet
ingevuld. Voor de Nota Mobilitieit van zijn voorgangster Karla Peijs die tot
2020 loopt, is ruim 80 miljard euro beschikbaar. Een bedrag van 16 miljard euro
daar bovenop voor de MobiliteitsAanpak, is volgens Haagse bronnen ,,niet
onlogisch''.